blogspot visitor

24 januari 2011

Het zijn en het niets, vorm en leegte

Gisteravond, vlak voor het naar bed gaan, viel me, na lezing van een korte schets van het Griekse denken van vóór Aristoteles in een Engelse vertaling van Aristoteles' Metafysica (Loeb Classical Library, vertaling H. Tredennick, 1980, eerste druk 1933, Harvard University Press), dit in[1]:
Het zijn
zonder enige
vorm[2]
is in niets
te onderscheiden
van het niets
Het zijn dat vorm krijgt is het niets dat vorm krijgt?

Is het vorm aannemen (van het zijn) een schepping uit het niets? Elk vorm krijgen? Want: hoe kan uit louter een bestaande vorm of groep vormen een nieuwe vorm of nieuwe groep vormen ontstaan?

Of is zijn hetzelfde als zich onderscheiden - uit het niets?[3]

Wartaal?

---

Even zwerven op internet bracht me zonet op deze tekst van de boeddhist Alan Watts:

Nothingness by Alan Watts
mysticson.blogspot.com, augustus 2009

(...) if you didn't have space, you couldn't have anything solid. Without space outside the solid you wouldn't know where the solid's edges were. For example, you can see me in a photograph because you see a background and that background shows up my outline. But if it weren't there, then I and everything around me would merge into a single, rather peculiar mass. You always have to have a background of space to see a figure. The figure and the background, the solid and the space, are inseparable and go together [cursivering door mij; K - die 'peculiar mass' zou niet te onderscheiden zijn van het niets].

(...) The whole of Buddhism is based on a saying, "That which is void is precisely form, and that which is form is precisely void." Let me illustrate this to you in an extremely simple way. When you use the word clarity, what do you mean? It might mean a perfectly polished lens, or mirror, or a clear day when there's no smog and the air is perfectly transparent like space.

What's the next thing clarity makes you think of? You think of form in clear focus, all the details articulate and perfect. So the one word clarity suggests to you these two apparently completely different things: the clarity of the lens or the mirror, and the clarity of articulate form. In this sense, we can take the saying "Form is void, void is form" and instead of saying is, say implies, or the word that I invented, goeswith. Form always goeswith void. And there really isn't, in this whole universe, any substance.

(...) Another thing that goes along with all this is that it's perfectly obvious that the universe is a system which is aware of itself.
(...) to understand this we must again relate back to our basic contrast (...) between something and nothing, which is that the aspect of the universe which is aware of itself, which does the awaring, does not see itself. In other words, (...) you can't observe yourself in the act of observing.

(...) so all that side of life which you call unconscious, unknown, impenetrable, is unconscious, unknown, impenetrable because it's really you.

Noten

[1] Toegevoegd augustus 2014: in het mooie boek Why does the world exist? (2012, hoofdstuk 11) legt Jim Holt - met frisse tegenzin - uit dat Hegel in Wissenschaft der Logik (1812) betoogt dat het pure zijn gelijk is aan het pure niets. Zie inderdaad de oorspronkelijke tekst: "Das reine Sein und das reine Nichts ist also dasselbe". Vervolgens licht Holt toe dat Hegel zelf de "absurditeit" (het woord is van Holt) van deze stelling aangeeft en dat het erom gaat dat "de twee concepten, op dit verheven niveau van abstractie, identiek leeg zijn" - aldus Holts parafrase. Vervolgens ontwikkelt Hegel de eerste stap van zijn dialectiek. These: de realiteit is louter zijn. Antithese: de realiteit is niets. Synthese: de realiteit is wording. Alleen die dialectische manoeuvre was mij bekend.
Holt vindt dit alles maar troebele onzin. Ik meen echter zelfstandig tot hetzelfde fundamentele inzicht te zijn gekomen als Hegel - onbescheiden gezegd. Overigens stelt Hegel het pure zijn ook gelijk aan de absolute aanvang, c.q. God. Zie hier: "Das reine Sein macht den Anfang, weil es sowohl reiner Gedanke als das unbestimmte, einfache Unmittelbare ist, der erste Anfang aber nichts Vermitteltes und weiter Bestimmtes sein kann".
 
[2] Toegevoegd januari 2011: Wikipedia over de geschiedenis en discussie over ether[#] in natuurkundige zin:

'Ether werd tot aan het begin van de 20e eeuw gezien als de stoffelijke tussenstof die voortplanting van licht en andere elektromagnetische straling mogelijk maakte. In een mechanisch wereldbeeld heeft licht, net als geluid, een veerkrachtig medium nodig om zich te verplaatsen. Men kende aan deze tussenstof eigenschappen toe als veerkracht (elasticiteit) en absolute rust (stilstand). De ether drong ook door alle stof heen en vulde de ruimte tussen de atomen. Na de relativiteitstheorieën van Einstein was een ether niet meer nodig: het vacuüm kan licht geleiden, of kreeg de leegte de functie van de vroegere ether.'

[#] Toevoeging december 2011: Peter Sloterdijk vermeldt in Sferen (Deel II, hoofdstuk 4): '[Aristoteles] postuleert het bestaan van een vijfde element of vijfde lichaam, dat van nature begiftigd is met de draaiende beweging die de overige lichamen [aarde, water, lucht en vuur; K] is essentie ontzegd is. Dit draaiende, vanuit zichzelf roterende en sferogene lichaam noemt Aristoteles - teruggrijpend op oude overleveringen - de aithèr. De ether kwam al bij de oudere dichters als subtiele hemelvullende substantie voor - de naam zou bij hen betekenen: 'datgene wat eeuwigdurend loopt (aei thei)' [zie ook mijn irrationele speculatie over 'do' en dheu - tumon (zich in de rondte draaien, sic!) en tau (dauw, Grieks theo, ik loop snel); K]. Plato [...] had [...] een vijfde element, een quinta essentia, geïntroduceerd, dat eveneens ether heette, een helder gebied boven de lucht, bevolkt door demonen en goddelijke tussenwezens [dit doet me denken aan de 'ruimte van het volledige leven'; K]. Bij Aristoteles wordt de ether het eerste element, proton soma. Het is de stof waarvan het volmaakte gemaakt is, de substantie van de hemel en de sterren, prima materia van alle onvergankelijke omwentelingen. [...] De ether is fijner van stof dan het vuur, vluchtiger dan lucht, subtiel als met zonlicht opgeklopt goud, fonkelend als de ochtendnevel [sic!] boven de Olympus. Maar wat het belangrijkste is, hij bezit de vereiste cycloforische eigenschap: hij is de natuurlijke drager van circelvormige bewegingen, en in dit opzicht is hij te vergelijken met een in zichzelf terugkerende, goddelijke gedachte [sic; dit doet me denken aan het mysterie van de 'terugkeer' inzake 'iets in zijn eigen zijn bevestigen' en 'evidentie'; Louk Fleischhacker schrijft daarover dat 'in de vorm van de logische objectiviteit beschouwd, zou de terugkeer de verwijzing van iets naar zichzelf moeten zijn; K].'
(...) Wikipedia: 'Op 5 mei 1920 gaf Einstein een lezing aan de universiteit van Leiden waarin hij zei:
'Recapitulating, we may say that according to the general theory of relativity space is endowed with physical qualities; in this sense, therefore, there exists an ether. According to the general theory of relativity space without ether is unthinkable; for in such space there not only would be no propagation of light, but also no possibility of existence for standards of space and time (measuring-rods and clocks), nor therefore any space-time intervals in the physical sense. But this ether may not be thought of as endowed with the quality characteristic of ponderable media, as consisting of parts which may be tracked through time. The idea of motion may not be applied to it.' [de ruimte volgens de Algemene Relativiteitstheorie lijkt dus een 'niets met vorm' te zijn; K] [##]
Het is dus volgens Einstein onvermijdelijk om fysieke kwaliteiten aan ruimte toe te kennen[##]. Maar waar materie uit delen bestaat die in de tijd gevolgd kunnen worden kan dat met ruimtetijd zoals beschreven door algemene relativiteit niet. Begrippen als 'bewegen' dan wel 'stilstaan' zijn principieel niet van toepassing.
Recentelijk zijn er theorieën in de kwantummechanica gepubliceerd die de zgn. nulpuntsenergie proberen te verbinden met het vroegere concept van de ether. Zo komt de ether misschien via de "achterdeur" weer terug' [de wiki bespreekt ook de mysterieuze vacuümenergie en geeft een link naar dit wetenschappelijke artikel (2004, PDF) daarover; K].

[##] Alan Watts (zie hierboven) probeert aannemelijk te maken dat ruimte 'vast zit aan' ('goeswith') dingen, een geheel is met vorm(en); het lijkt me dat hij zou instemmen met de bewering: 'doordat (of zoals) de dingen vorm hebben, heeft de ruimte vorm' - dat idee heb ik temeer omdat dit volkomen in overeenstemming is met (want een bijzonder geval is van) hoe de zenmeester Thich Nhat Hanh de 'scheppingsleer' van het boeddhisme samenvat: 'dit is (zo), omdat dat (zo) is', hoe cryptisch dit overigens in zijn schijnbare eenvoud ook is.
Wat Einsteins algemene relativiteitstheorie betreft, uit dit artikel blijkt dat ruimtetijd kan bestaan zonder materie; wel treedt altijd kromming van ruimtetijd op als er materie is - (alleen) in die zin kan je zeggen dat ruimte volgens Einstein 'vast zit aan' materie of 'een is' met materie.
Vergelijk ook Harry Mulisch over 'vorm' in Grondslagen van de mythologie van het schrijverschap (hoofdstukje Ad VIII): 'Vorm is onwaarneembaar'. 'Als ik iets waarneem, neem ik tegelijk ook het onwaarneembare waar'. 'Vorm is de aanwezige afwezigheid'. 'De ruwe stof, het marmer, bezit een oneindig aantal vormen als mogelijkheid; de eindigheid, de verwerkelijking van een vorm, wordt bepaald door de geest van de kunstenaar. Daarin bevindt het 'concetto' van een beeld zich als afwezige aanwezigheid. [...] Dat betekent [...] dat via de door de geest geleide hand niets moet komen, waar eerst nog marmer is [...]'.
[3] Toegevoegd april 2011: Harry Mulisch schrijft in Voer voor psychologen, peinzend over zijn gestorven vader: '[Een] nietbestaan, dat nergens anders door een bestaan wordt bepaald, is op een tweede manier een bestaan: het is een zijn, dat alomtegenwoordig is [vergelijk mijn gedicht Heelal; K]. Van dat zijn is de onbereikbaarheid geen prikkel, maar een scheppende voorwaarde. (...) Het zijn van dit nietbestaan onthult zich in de twee minuten stilte van een duizendkoppige menigte: dat is geen menigte, die zwijgt, maar het zwijgen, dat duizendkoppig spreekt en die menigte pas schept. Het onthult zich voor de Oepanishads in het lege binnenste van de vrucht, waaruit de Nyagrodhaboom verrijst. Het onthult zich voor Rilke in het afgebroken huis: dat is pas een huis. (...) En als iemand beseft, dat dit alomtegenwoordige zijn van het nietbestaan even goed 'God' genoemd kan worden als 'het niets', dan moet hij tegelijkertijd beseffen, dat dit een God is met alleen deze eigenschap: creativiteit, en verder niets.' En in het laatste hoofdstukje: 'Zoals de God het zijn van het nietbestaan is, zo is de mens het zijn van het nietbestaan - maar bij de mens is dit gemaskerd; en dit masker is zijn bestaan.' (Waarmee ik het overigens deels ten principale oneens ben). Zie verder dit essay van Bart de Goeij; en hier en hier.

Toevoeging 19 januari 2012: ik denk zijdelings ook aan wat Martin Heidegger het metafysische denken vanaf Plato aanrekent: "De eerste aanvang ervaart en plaatst de waarheid in de zijnden, zonder naar de waarheid als dusdanig te vragen, omdat het onverborgene, het zijnde als zijnde, alles overheerst, omdat het ook het niets opslokt en teniet doet als 'niet' en 'tegenover'"(Beiträge zur Philosophie, pagina 179, vertaling Kristien Justaert in haar verhandeling De laatste God).

Toevoeging mei 2014:
De Nyagrodhaboom is een als heilig beschouwde vijgenboom. Hier een vertaling van de betreffende Tsjandogya Upanisjad:

"Breng mij de vrucht van de Nyagrodhaboom!
Hier is ze, Heer.
Breek haar.
Ze is gebroken, heer.
Wat zie je nu?
De bijna onzichtbare kleine zaadjes, heer.
Breek een van hen.
Het is gebroken, heer.
Wat zie je nu?
Niets, heer.
De vader zei: "Mijn zoon, het subtiele wezen, dat je niet zien kunt, is het ware wezen waaruit de nyagrodhaboom bestaat. Geloof het, mijn zoon. In dit subtiele wezen is het Zelf van ieder ding verscholen. Dat is het ware. Het is het Zelf, en jij, o Svetaketu, bent het."

De laatste zin is een variant van het voor deze filosofie van het Ene - atman is brahman - Zelf kenmerkende: "Dat zijt gij" (Tat tvam asi).

Zie ook m'n blognotities:
Leegte, 'er zijn', speelruimte en (on)vergankelijkheid
De mens als magische eenheid van nabootsing en autonomie
Overéénkomst 
Vormen zien in ruis
Fernando Pessoa à la Boeddha
Over het masker


Illustratie geplukt van deze blog.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen