blogspot visitor

06 november 2010

Harry Mulisch ter (tegen)aarde besteld onder een regenboog



De derde boog, door Karel Knip, NRC Handelsblad, 6 november

Vandaag, de begrafenisdag van naast Multatuli wellicht de grootste Nederlandse schrijver, dook ook in de krant een regenboog op. Eerst daarover meer, dan het verband met Mulisch.

'Het zijn uitsluitend de plaats van de zon en die van de waarnemer die bepalen waar de regenboog gezien wordt. Of de regenbui dichtbij of verweg valt, maakt niet uit, de boog wordt vanuit de waarnemer altijd onder dezelfde hoek gezien: 84 graden. Die hoek wordt bepaald door de brekingsindex van licht in water. De regenboog is een deel van een cirkel die als middelpunt het zogenoemde tegenpunt heeft, dat is het punt aan de hemel dat recht tegenover de zon staat. Het antisolar point.'

In Knips artikel, dat het raadsel van de derde regenboog ontsluiert, die op bovenstaande foto - genomen op een Waddeneiland - is te zien als een tak van de gevorkte boog, naast de (op de foto nauwelijks zichtbare) gebruikelijke concentrische tweede boog, komt ter sprake dat in 1698 de astronoom Edmond Halley, naar wie de bekende komeet is genoemd, iets dergelijks heeft waargenomen (wat is opgetekend in The rainbow bridge van R.J. Lee en A.B. Fraser, Pensylvania State University Press, 2001). De derde boog, zag Halley in, ontstond door weerkaatsing van het lage zonlicht in het water van de rivier de Dee, waar hij het fenomeen waarnam.

Nu wil het mooie geval, dat vandaag tijdens de plechtige boottocht over de Amstel naar Zorgvlied, waar het stoffelijk overschot van Harry Mulisch even later ten grave zou worden gedragen, een regenboog verscheen (zie foto bij dit bericht) boven de rivier. 'Harry zou zijn vraagtekens hebben gezet bij de toevalligheid hiervan', aldus een spreker aan het graf.

Hetzelfde geldt waarschijnlijk voor de uitbarsting van de Merapi en de beelden van de komeet Hartley, die (op 4 november) nooit eerder van zo dichtbij is gefotografeerd. Mulisch pochte op de 'verhevigde werking' van de Vesuvius[**] ten tijde van zijn geboorte - wat in feite een beetje lava over de kraterrand betrof een paar dagen nadien; wel was de Merapi ook actief tijdens Mulisch' geboorte, wat hijzelf waarschijnlijk nooit heeft geweten.

Of voor het feit dat 6/11, de datum van Mulisch' begrafenis, op zijn Amerikaans 11/6, ontstaat door 9/11 een halve slag te draaien en dat je 2010 krijgt door de 01 in 2001 eveneens een halve slag te draaien (als je de één als een zuiver verticaal streepje schrijft) - in het licht van deze merkwaardige opmerking van Mulisch' dochter Frieda op de aan de begrafenis voorafgaande afscheidsceremonie in de Amsterdamse Stadsschouwburg: dat na 11 september 2001 haar vader niet meer had geschreven. Maar dat wel de inmiddels overleden verslaggever Conny Mus vorig jaar namens Mulisch een briefje in de Klaagmuur had gestoken met de tekst: 'God, zet hem op!'.

Cees Noteboom besluit zijn in memoriam[**], 'Hij was een paradijsvogel die in de realistische eendenvijver was neergestreken', (eveneens in het NRC van vandaag) met:
Een van [Mulisch'] bekendste uitspraken is 'het beste is, het raadsel te vergroten'. Ik denk dat hij dat zijn leven lang gedaan heeft, want wie zegt dat de paradox de kern van zijn leven is, kan en wil nu eenmaal ook niet anders. Met die paradox blijven zijn lezers en vrienden achter. Natuurlijk hebben wij gedacht dat wij hem kenden, en misschien was dat ook wel zo. Maar achter degene die we kenden, met wie we hebben gelachen, gedronken en gereisd, was er altijd nog een andere, geheimzinnigere Harry, een die zijn boeken schreef en aan tafel ineens over of door je heen kon kijken alsof hij in de verte iets of iemand heel anders zag, iemand die plotseling opdoemde uit wat hij ooit de tegenaarde[***] noemde, en die wij niet konden zien.
Ontroerende anekdote van Mulisch' andere dochter, Anna, eveneens bij het afscheid in de Stadsschouwburg: de afgelopen jaren hing op Mulisch' slaapkamer een foto van de groep paarden die vier jaar geleden vast kwam te zitten op een strookje land in Friesland, nadat het weiland eromheen was ondergelopen. Uiteindelijk werden de dieren gered, wat op Mulisch grote indruk had gemaakt. Die paarden, had hij volgens Anna Mulisch gezegd, 'dat is mooier dan Shakespeare'.

Harry Mulisch is vereeuwigd door zijn werk, en als asteroïde (i.e. sterachtige) aan het uitspansel des hemels. Moge hij verkeren in de staat van schoonheid en wijsheid der méér dan dichterlijke paarden en paradijsvogels (de tekkels niet te na gesproken).

Om te eindigen met een citaat van de meester: 'Als we binnenkort alle raadsels hebben opgelost, zullen we nog altijd het raadsel van de tijd overhouden. Dat zijn we namelijk zelf.'
Zie hier voor meer uitspraken.

Noten

[*] Blijkt op 6 november ook nog een gebouw in Pompei te zijn ingestort - de stenen Schola Armaturarum Juventutis Pompeianae (Wapenschool voor de Jeugd van Pompeii) - dat in het jaar 79 werd bedolven onder de beruchte uitbarsting van de Vesuvius.

[**] Lees tevens het mooie In memoriam mei van Ramsey Nasr
.

[***] Zie de voorlaatste noot bij m'n blognotitie Leegte, (er)zijn, speelruimte en onvergankelijkheid, over een opmerking van Rudy Cornets de Groot[#]. De tegenaarde lijkt een 'oord' te zijn dat het wezen van mensen, dieren en dingen herbergt. Misschien à la de Platoonse sfeer der ideeën, maar dan met betrekking tot de identiteit van elk zijnde? Waarmee zaken als 'oorsprong', 'herkenning' (en dus kennis), 'aha-erlebnis' en 'extase' zijn gemoeid en de verhouding tussen zijn en bestaan.

Zie het knappe essay 'De inlijving van de tegenaarde', door Jaap Goedegebuure, beschikbaar op dbnl.nl:

Goedegebuure citeert Mulisch: "Minder en minder bestaand, meer en meer zijnd, leg ik mijn pen neer".

In de geest van Goedegebuure's kritiek, kan men deze zin in Voer voor psychologen lezen als teken van het stollen van de lava, van de inkt in de pen van de waarlijk verrassend-creatieve auteur: de overgang van fantastisch, vulkanisch-expressionistisch proza naar de versteende monumentaliteit van realisme vol oplosbare rebussen en cryptogrammen; of - valt mij nu in - van 'het raadsel vertellen' naar 'het raadsel verteld'.
Je kunt dit proces wellicht ook positief duiden als het ontwikkelen van zelfkennis door de ouder wordende mens
- hier van de kunstenaar ten aanzien van zijn eigen scheppingen[##]. Waarbij die zelfkennis geen ultieme kennis van het eeuwige raadsel - van de scheppingskracht - pretendeert in te houden, als wel van de wijze waarop het raadsel zich in dit specifieke schrijverschap heeft gemanifesteerd. Zonder een dergelijke orde op zaken, die Goedegebuure negatief als 'verstening' bestempelt, zou althans de kunstenaar Harry Mulisch zich waarschijnlijk te zeer een gek, een Archibald Strohalm zijn blijven voelen die zijn eigen expressie niet begrijpt - de staat van medium nimmer overstijgend. Paradoxaal uitgedrukt: Mulisch werkte in zijn latere werk zijn begrip uit van wat zich niet laat begrijpen, bijvoorbeeld zijn vroege werk. Daar waar Goedegebuure ietwat malicieus maar ook wel grappig-ironisch Mulisch' theorie van de octaviteit gebruikt om deze beweging van het zich (her)scheppend (terug)buigen over het eigen oeuvre te kenschetsen, komt hij in de buurt van een dergelijke kijk op de zaak. Overigens gold voor Mulisch, volgens zijn goede vriend J.H. Donner, in principe van meet af aan: 'het eigenaardige van Mulisch' manier van schrijven lag nu juist altijd in die vermenging van niveaus en in feite deed hij nooit anders dan vertellen en intussen vertellen dat hij vertelt' (Harmonie als tegenspraak, redactie Piet Meeuse, p 51).

Over
De Elementen schrijft Goedegebuure: 'De zich naar onderen versmallende zuilen van het minoïsche paleis (tegelijk het labyrint van Daedalus) wekken de indruk dat "alles op zijn kop staat, de hemel de aarde schraagt (...)". [...] 'Als de hoofdpersoon eenmaal in die trechter is terechtgekomen, om er zodanig te versmelten met de jonge Zeus dat de wereld daarmee tot een einde gekomen is, openbaart de schrijver het geheim dat hij deelt met deze tegenvoeter. Het is het ondeelbaar moment van extase dat de geest soms als een onzichtbare bliksem doorlicht. Hier is het resultaat van de illuminatie een hermetisch verhaal over dood en leven, verleden en toekomst, en kunst en werkelijkheid, een verhaal dat zorgvuldig van sloten en sleutels is voorzien, en dat dus ook transparant te maken is.'

Goedegebuure: 'In De pupil keert Mulisch terug naar het uitgangspunt van zijn schrijverschap. (...) Mulisch leeft hier ook zijn diepgewortelde hang naar het magische en het occulte uit. Daartoe is natuurlijk alle gelegenheid, nu hij zijn jonge held laat verblijven bij een oude dame, eigenlijk een Pythia in vermomming, die in de nabijheid van de benevelende dampen van de Vesuvius tot orakelende uitspraken komt. Maar het ware orakel is toch de vulkaan zelf. Als de pseudo-Harry met zijn beschermvrouwe en bejaarde muze per kabelbaan (variant van de veiligheidsspeld!) een excursie naar de rand van de krater maakt, komen de personages die zijn toekomstige romans en verhalen zullen gaan bevolken hem uit de wolken tegemoet.
'
[#] Cornets de Groot: 'In feite hebben we hier te doen met één verschijnsel: er is iets, en dat wordt onzichtbaar.'
'Wat daar onzichtbaar is gemaakt [dit verwijst naar experimenten van Bram Vingerling, die een onzichtbaar makende stof ontdekt], moet wel vergankelijk zijn. Maar in ons herrijst het wezen ervan [cursivering door mij; K], als je Rilke gelooft (en Mulisch doet, of deed dat). De vraag is alleen: hoe?
In een paar boeken antwoordt Mulisch op deze vraag die hij niet stelt, en stelt: 'Door de elementaire beweging.'
- 'Zo elementair als een steen die valt', zegt hij in archibald strohalm. In dat boek komt nogal wat uit de lucht vallen. In andere trouwens ook, en ik zocht het een beetje uit: een meteoor in 1908 (archibald strohalm) [denk ook aan het exemplaar dat Max doodt in De ontdekking van de Hemel (1992); K], een meisje, Marjolein (Het zwarte licht), een Nieuw Jeruzalem, een vliegtuig en een oorlogsvlieger, Corinth (Het stenen bruidsbed), - allemaal parallellen van gebeurtenissen in 'De tegenaarde' (Voer, p. 43).
Het zijn allemaal uitbeeldingen van wat die elementaire beweging is. In 'Oneindelijke aankomst' maakt de hoofdfiguur tekeningen en zelfs een draadplastiek van de beweging: hij geeft plastisch vorm aan lijnen die Rilke in een paar gedichten onder woorden heeft trachten te brengen.'

Waarna Cornets de Groot oppert dat die elementaire beweging het primaire gebeuren van het in of als zichzelf herkend wordend muteren van de grondtoon in zijn octaaftoon is, zoals beschreven in De compositie van de Wereld.

[##] Toegevoegd 10-2012: toen ik dit schreef, had ik nog niet Mulisch' Op weg naar de mythe (1954) gelezen, waarin hij schrijft: '[...] een zuiver kunstenaar schept en wendt zich af, - de interpretatie laat hij aan anderen over. Maar ik ben geen zuiver kunstenaar, ik ben vermoedelijk zelfs pas in de tweede plaats een kunstenaar, en dit is van meet af aan een gevaar voor mijn kunstzinnige werk geweest. Want behalve tot 'scheppen', dwingt mijn habitus mij ook nog tot begrijpen van het geschapene, tot inzicht en overzicht, tot helderheid. En deze neiging bedreigt het scheppingsproces als water het vuur. [...] niets is dodelijke voor de kunst dan het bewustgewordene.'
Denk bij Mulisch' 'Tegenaarde' ook aan wat Jung schrijft in Antwoord op Job (1950): "Hoewel het bij de geboorte van Christus om een historische en unieke gebeurtenis gaat, is ze toch altijd al in de eeuwigheid aanwezig geweest. Het blijkt voor de leek in dit soort zaken altijd weer moeilijk te zijn, zich een voorstelling te maken van de identiteit van iets ontijdelijks en eeuwigs met een unieke historische gebeurtenis. Hij moet echter aan de gedachte wennen dat ‘tijd’ een relatief begrip is, en eigenlijk aangevuld zou moeten worden met het begrip van een ‘gelijktijdig’ Bardo- of pleromatisch bestaan van alle historische processen. Wat in het pleroma als eeuwig ‘proces’ aanwezig is, dat verschijnt in de tijd als een a-periodische sequentie, dat wil zeggen in de veelvoudige onregelmatige herhaling."

Zie ook m'n blognotities (pas op, met nog meer irrationele associaties):
De toekomst volgens Mulisch
Rudy Cornets de Groot en de ruimte van het volledig leven
Apenstaartje, systeemgat en menselijk bewustzijn
Hoe je de waarheid vastnagelt: de paradox van de evidentie
Intersubjectieve ruimte in drie octaven
Het glinsterpad der dingen
De letter H



Het hachelijke paardeneiland. Het eerste, wazige beeld is een still uit een video op YouTube.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen