blogspot visitor

09 maart 2007

Vormt biologie de sleutel tot begrip van het heelal?

Will biology solve the universe?
Wired News, 8 maart 2007

Interview met Robert Lanza, vice president research and scientific development at Advanced Cell Technology.

Lanza publiceerde zijn theorie in The American Scholar (lente-nummer, 8 maart 2007). Het artikel,  "A New Theory of the Universe; Biocentrism builds on quantum physics by putting life into the equation", opent met een prachtig citaat en een even mooie eerste alinea over een mot en een glimworm:
While I was sitting one night with a poet friend watching a great opera performed in a tent under arc lights, the poet took my arm and pointed silently. Far up, blundering out of the night, a huge Cecropia moth swept past from light to light over the posturings of the actors. “He doesn’t know,” my friend whispered excitedly. “He’s passing through an alien universe brightly lit but invisible to him. He’s in another play; he doesn’t see us. He doesn’t know. Maybe it’s happening right now to us.”
—Loren Eiseley
Lanza's visie doet met sterk denken aan:

- De in wezen mysterieuze trancendentale categorieën als mogelijkheidsvoorwaarde voor kennis van Kant

- Nietzsche in Über Wahrheit und Lüge in aussermoralischen Sinne
"Er was eens, in een afgelegen hoek van het met talloze zonnestelsels flonkerend volgegoten heelal, een hemellichaam waarop slimme dieren het kennen uitvonden. Dat was de hoogmoedigste en leugenachtigste minuut van de ‘wereldgeschiedenis’: maar toch was het maar een minuut. Na enkele ademtochten van de natuur verstarde het hemellichaam, en de slimme dieren moesten sterven."
Deze passage is ook te vinden in Über das Pathos der Wahrheit. Tevens klinkt misschien een vage echo van Schopenhauer: 'In de oneindige ruimte talloze lichtgevende bollen, om elke waarvan zo’n dozijn kleinere cirkelen, door de grote verlicht; ze zijn van binnen heet en overtrokken met een gestolde, afkoelende korst; op deze korst heeft een schimmellaag levende en kennende wezens voortgebracht' (noot van vertaler Bart de Goeij).
"Zo’n fabel zou iemand kunnen bedenken en nog zou hij niet afdoende hebben geïllustreerd, hoe jammerlijk, hoe schaduwachtig en vluchtig, hoe doelloos en willekeurig het menselijk intellect eruit ziet in de natuur; er waren eeuwigheden waarin het er niet was; wanneer het ermee voorbij is zal er niets gebeurd zijn. Want er is voor dat intellect geen verdere missie, die boven het mensenleven uitstijgt. Integendeel: het is menselijk en alleen zijn bezitter en verwekker vat het zo pathetisch op, alsof de hele wereld erin rondwentelde. Konden we echter de mug verstaan, dan zouden we vernemen dat ook zij met dit pathos door de lucht vliegt en het vliegende middelpunt van de aarde in zich voelt."
Lanza schrijft:
"We are like Loren Eiseley’s moth, blundering from light to light, unable to discern the great play that blazes under the opera tent. Turn now to the experimental findings of modern science, which require us to recognize—at last—our role in the creation of reality from moment to moment. Consciousness cannot exist without a living, biological creature to embody its perceptive powers of creation. Therefore we must turn to the logic of life, to biologic, if we are to understand the world around us."
Dit lijkt mij een nogal duidelijke denkfout, Lanza bouwt (in het deel van artikel voorafgaand aan dit citaat) eerst een hout snijdende kritiek op - die doet denken aan zowel Nietzsche als Husserl - op het 'fysiocentrisme' (de opvatting dat de natuurkunde de meest fundamentele wijze van doorgronden van de werkelijkheid is); maar wisselt vervolgens dat standpunt in voor biocentrisme... met de weinig overtuigende redenering, dat omdat bewustzijn niet kan bestaan zonder zonder levende organismen, de biologie dé sleutel is voor het begrip van de werkelijkheid. Tja, de natuurkundige zal doodleuk opmerken dat levende organismen niet kunnen bestaan zonder de anorganische wereld et cetera... toch?

Ik denk - hier in de gauwigheid - dat Lanza volgens zijn eigen logica zou moeten uitkomen bij het centraal stellen en fundamenteel achten van het bewustzijn, de beleving - dus bij, grofweg, hetzij het skeptische, 'desperate' vitalisme van Nietzsche, hetzij een verfijnde theorie van het bewustzijn en de waarneming à la Husserl of Merleau-Ponty, of desnoods bij een Kantiaans idealisme, of bij de (religieus getinte) Oosterse filosofie.
"We live on the edge of time, where tomorrow hasn’t happened yet. Everything before this moment is part of the history of the universe, gone forever. Or so we believe. Think for a minute about time flowing forward into the future and how extraordinary it is that we are here, alive on the edge of all time. Imagine all the days and hours that have passed since the beginning of time. Now stack them like chairs on top of each other, and seat yourself on the very top. Science has no real explanation for why we’re here, for why we exist now."
[...] "But imagine, instead, that reality is like a sound recording. Listening to an old phonograph doesn’t alter the record itself, and depending on where the needle is placed, you hear a certain piece of music. This is what we call the present. The music before and after the song you are hearing is what we call the past and the future. Imagine, in like manner, that every moment and day endures in nature always. The record does not go away. All nows (all the songs on the record) exist simultaneously, although we can only experience the world (or the record) piece by piece."
Wilde associatie met De ondraaglijke lichtheid van het bestaan van Milan Kundera: "De idee van de eeuwige terugkeer der dingen is raadselachtig en Nietzsche heeft er andere filosofen mee in verlegenheid gebracht: te denken dat alles zich eens zou herhalen zoals we het al hebben beleefd, en dat ook die herhaling eindeloos zou doorgaan! Wat wil deze dwaze mythe zeggen?
De mythe van de eeuwige terugkeer zegt per negatie dat een voor altijd verdwenen, nooit meer terugkerend leven op een schaduw lijkt, gewichtloos is, bij voorbaat dood is, en al was het huiveringwekkend, prachtig of verheven, de huiver, de pracht of die verhevenheid zijn van geen betekenis."

En met het slot van De compositie van de Wereld van Harry Mulisch: "Dit is alleen op het eerste gezicht toch weer de cyclische, eeuwige wederkeer. (...) Ik zeg (...) dat alles niet vaker dan één keer gebeurt, maar die ene keer tegelijk een oneindig aantal keren. Al toont het zich pas in het moment van de dood - elk moment is eeuwig."

 "A particle cannot be thought of as having any definite existence—either duration or a position in space—until we observe it. Until the mind sets the scaffolding of an object in place, an object cannot be thought of as being either here or there. Thus, quantum waves merely define the potential location a particle can occupy. A wave of probability isn’t an event or a phenomenon, it is a description of the likelihood of an event or phenomenon occurring. Nothing happens until the event is actually observed."
Vliegt Lanza hier de bocht uit?

1. De golffunctie heeft toch de tijd als variabele? Hoezo dan "gebeurt er niets" totdat een gebeurtenis wordt geobserveerd? Of vindt Lanza - waar overigens veel voor te zeggen is - omtrent de formule voor de simpelste lineaire beweging, x(t) = v.t, ook dat er niets gebeurt? - de formule beschrijft immers 'in een klap' de plaats op elk willekeurig tijdstip. Maar dat is een algemeen probleem van de verhouding tussen wetenschappelijk model (statisch) en de werkelijkheid (dynamisch), niet specifiek voor de quantummechanica, lijkt me.

2. Dat alleen door middel van de waarneming iets (zinnigs, waars) over de werkelijkheid kan worden gezegd, is toch geen punt? Dat betekent toch niet dat er geen werkelijkheid is? Het is toch logisch dat de quantummechanische golffunctie niet hetzelfde is als de werkelijkheid die ermee wordt beschreven? Het is immers noodzakelijk dat een bepaald deel of aspect van werkelijkheid wordt beschreven en begrepen door middel van iets dat niet zelf dat deel of aspect is? En een wiskundige formule is toch evenmin een waarneming of iets dat wordt waargenomen? Eist Lanza dat het ultieme, unificerende wiskundige model van de werkelijkheid identiek is met de werkelijkheid zelf ? - maar dat is toch absurd; in het bijzonder kan het model toch logisch onmogelijk tevens zichzelf omvatten (denk ook aan het onvolledigheidstheorema van Gödel)? Het is toch niet vreemd dat er altijd een waarnemer en interpretator 'buiten beeld' blijft die onmisbaar is zowel voor het valideren van het model op zichzelf als het relateren daarvan aan de waarneming en aan de dingen die intersubjectief evident zijn, zoals meetuitslagen? Of zijn er helemaal geen intersubjectief evidente dingen, is 'elk ding een theorie', ook de banaan in mijn hand waar ik jou een stukje van geef? Maar waarover is het dan een theorie - uiteindelijk toch over het ding zelf, het ding zoals het in werkelijkheid is?

In het algemeen wat betreft de interpretatie van de quantummechanica:

3. Is de situatie in de quantummechanica principieel of structureel anders als bijvoorbeeld het voorspellen van de baan van de een steen die op dit moment bij mijn voeten op de grond ligt: of de steen op zijn plaats blijft of dat-ie zich door de lucht gaat bewegen, hangt af van mijn beslissing: pak ik hem op of niet. Maar het is niet zo dat ik de steen in beweging breng door een soort telekinese; de baan (plaats en snelheid) van de steen wordt niet onbegrijpelijk omdat ik de steen manipuleer of niet manipuleer - en dus zijn baan beïnvloed - en evenmin omdat ik de keuze heb.

4. Lijkt het probleem dat Lanza zo duizelingwekkend acht, welbeschouwd op het dagelijkse gegeven dat eenzelfde ding, bijvoorbeeld de banaan in mijn hand, zich openbaart als: kneedbaar weefsel, een geel oppervlak dat zich telkens in een ander aspect toont, een bepaalde smaak en geur, een rankschikking van diverse typen cellen, zichtbaar onder een sterke microscoop... et cetera? - afhankelijk van hoe ik me ten opzichte van dat ding verkies open te stellen, puur zintuiglijk of tevens met behulp van diverse instrumenten, hulpstukken van mijn zintuigen? Is het verschil tussen het 'molecuulrooster-aspect' en het 'smaak-aspect' van een perzik minder mysterieus dan het verschil tussen het 'golf-aspect' en het 'deeltje-aspect' van een electron?

5. Mij bekruipt het idee, maar het zou enorme scherpzinnigheid vergen dit precies duidelijk te maken, dat Lanza, net als menig natuurwetenschapper en filosoof vóór hem, de principiële problemen van een representatie-theorie van de waarneming onbewust overhevelt naar de quantummechanica en dus van het wiskundige model dat de quantummechanica is, uitzichtloos eist dat dit de problemen van de representatie-theorie van de waarneming niet vertoont.

Naar alle waarschijnlijkheid bevat elk van de vermoedens 1. t/m 5. hierboven een denkfout en/of slaat het de plank domweg mis. Misschien heb ik nog eens puf dit zelf precies boven water te krijgen.

Toegevoegd op 18 maart: veel van de bedenkingen hierboven waren al eerder naar boven gekomen op:
http://blog.wired.com/wiredscience/2007/03/robert_lanza_do.html

---

Uit "Snaartheoretische fantasie":

- Bij mijn weten in vele scheppingmythen is er sprake van een 'vrouwelijke oergrond' waaruit het heelal voortkomt. In het Joodse genesisverhaal en dus ook het Christelijke scheppingsverhaal, met de sterk patriarchale inslag, is deze baarmoederlijke Eerste Aanwezigheid bijna uit beeld verdwenen, maar niet helemaal.

- Aangezien er voor de geboorte van het heelal geen tijd was (want tijd is onlosmakelijk verbonden met ruimte), is de Schepping niet een gebeurtenis in de tijd: de Schepping geschiedt, wellicht, in een flits 'op geen moment en op elk moment' (ook het 'moment' is geen natuurkundige grootheid, is geen tijdstip; het 'heden' is een uitermate geheimzinnig gegeven, het bestaat niet objectief, het is altijd een beleefd heden, een vorm van bewustzijn, of misschien het fundament van bewustzijn).

- Aha! De universa die niet worden waargenomen, bestaan dus niet volgens deze zienswijze?! Dan is de kip-uit-eigen-ei-situatie helemaal rond, lijkt me.

- In een flits: 'heelallen worden in elkaar geboren'; elk bewust wezen vertegenwoordigt een heelal.

- Losse associatie met iets dat me ooit heeft getroffen in het boek 'Facts of life' van Ronald Laing; als ik het wel heb, stelde hij de eisprong en de weg die de eicel aflegt naar de baarmoeder gelijk met de Odyssee (die je weer kunt zien als de levensreis van de/een mens: the "struggle of trying to break out of the birth canal"; zie ook "From conception to the end of the first hour".)
Het mysterie van de geboorte, de eisprong, het ontvangen worden door de baarmoeder, de bevruchting door / het opnemen van de zaadcel, het zweven in vruchtwater (murky waters).

- Dat de wetenschap de oorsprong van het heelal niet kan beschrijven, mag geen verwondering wekken. Een van de mogelijkheidsvoorwaarden van wetenschappelijke theorievorming is immers het causaliteitsbeginsel - en dat beginsel kan niet geldig zijn met betrekking tot de Schepping: aan de Schepping is immers per definitie niets vooraf gegaan, waarvan zij het gevolg is - de verlegenheid van de wetenschapper dienaangaande is onontkoombaar.