blogspot visitor

26 april 2009

Nieuwe adviseur Obama pleitte voor contact met Moslimbroederschap

Nieuw Religieus Peil, 25 april 2009

Moslima Dalia Mogahed wordt lid van de nieuwe interreligieuze adviesraad voor de regering Obama. De Raad moet de dialoog en wederzijds begrip bevorderen. Mogahed is de eerste vrouw met een hoofddoek die een positie in het Witte Huis krijgt.

Mogahed zegt over de Interreligieuze Raad: 'dat deze een beroep doet op de energie en wijsheid van religieuze organisaties en leiders die geloofsgroepen willen inschakelen om problemen op te lossen'. Mogahed beschouwt zichzelf als 'Obama’s venster op de Amerikaanse islamitische gemeenschap'.

(...) Mogahed was (...) lid van het US-Muslim Engagement Project dat in 2008 de VS-regering opriep om banden met de Moslim Broederschap aan te knopen.

Bronnen:
Al Arabya, 21 april 2009
Weekly Standard, 5 december 2008

Rapport van US-Muslim Engagement Project, 2008 (PDF)


---

Past binnen de Obamatische politiek van 'meer bereiken door niet te polariseren'.
Maar ook iets om goed te blijven volgen.

Het bericht van Nieuw Religieus Peil is overigens - niet bepaald bij wijze van uitzondering - erg tendentieus. Wie het rapport van het US-Muslim Engagement Project openslaat, leest op pagina 60-61:

'The U.S must also consider when and how to talk with political movements that have substantial public support and have renounced violence, but are outlawed or restricted by authoritarian governments allied to the U.S. The Muslim Brotherhood parties in Egypt and Jordan are arguably in this category. In general, the Leadership Group supports engagement with groups that have clearly demonstrated a commitment to nonviolent participation in politics. However, as noted earlier, the main focus of U.S. engagement should be to help strengthen institutions of governance and civic participation, rather than to support or oppose players in internal political contests.'

Met hierbij als noot (pagina 61 rapport):

'It is important for the U.S. to assess the rejection of violence not only in practice, but also in principle. The Muslim Brotherhood organizations in Egypt and jordan have renounced violence against their respective governments but still support the use of violence against Israel by other groups.'

[cursivering door mij; K]

Zie ook deze video: interview met Dalia Mogahed over het boek 'Who speaks for islam; what a billion muslims really think'. Daarover ook deze lange video.

Vooral: bekijk deze video (zie afbeelding rechts) met Dalia Mogahed en de vooruitstrevende moslima Irshad Manji, onder leiding van de (Joodse) journalist Jeffrey Goldberg (auteur van 'Is Israel finished' en 'Unforgiven').

Wat mij opvalt:

1. Met sofistische aandoende retoriek - een ondeugdelijke analogie: arts en patiënt - probeert Mogahed met elkaar te rijmen enerzijds dat alleen geestelijke autoriteiten bevoegd zijn uit de koran wetten en voorschriften af te leiden en anderzijds dat elke moslim geacht wordt zelfstandig te denken. Terwijl dit evident in essentiële mate onverenigbare stellingen zijn. De drogreden is dat ze met de analogie de vooronderstelling naar binnen smokkelt, dat het afleiden van voorschriften uit de koran wetenschappelijk is, wat het nu juist niet is volgens een van de voornaamste criteria van wetenschappelijkheid: toetsing met behulp van experimenten, door onafhankelijk van elkaar en in volledige vrijheid opererende (en denkende) wetenschappers.

Als men als het ware in de geest van Mogahed dit punt wil omzeilen door een meer algemene leraar-leerlinganalogie in stelling te brengen: ook die veronderstelt minimaal dat de kwaliteit (niet vooral het gezag of de macht) van de leraar duidelijk blijkt. Welnu: er leefden rond 1100 na Christus onmiskenbaar - zie de verfijnde teksten, kennis van zaken (onder meer van de koran), redeneervermogen et cetera - enkele hoogstaande liberale en individualistische (al bestonden die begrippen toen nog niet werkelijk) islamitische mystici en denkers. Manji beroept zich onder meer op hun geschriften. Hun denkbeelden zijn fors in tegenspraak met die van de 'geleerden' van de Al Aznar-'universiteit' in Caïro. Toch trekt Mogahed daaruit niet de conclusie, dat de beweringen van beide categorieën koranuitleggers kennelijk au fond een persoonlijke mening zijn.

Dalia Mogahed zou eens moeten aangeven of ze het ermee eens is dat meesterschap inzake de uitleg van de koran hetzij niet bestaat, hetzij door mensen met zodanig verschillende opvattingen wordt belichaamd, dat het scala van hun beweringen slechts kan dienen als meer of minder inspirerend en aansprekend materiaal. Teksten en uitspraken die je hooguit kunnen helpen - uiteindelijk geheel zelfstandig - je oordelen te vormen. Waarbij - dit is wezenlijk - er geen enkele rechtvaardiging is voor enige vorm van sociale (familie), maatschappelijke (scholen en andere instellingen) en culturele (media en kunsten), laat staan politieke dwang om je conform de ene of de andere religieuze opvatting te gedragen. Als ze het tweede 'hetzij' en wat ik daarop liet volgen onderschrijft: dan (en slechts dan) is ze OK.

2. Mogahed betoogt eerst dat voor de gewelddadige moslims - par excellence Osama Bin Laden - de islam, blijkens hun teksten en videoboodschappen, ondergeschikt is bij het rechtvaardigen van hun handelwijze; en dat tegenstanders van de gewelddadigen zich juist wél beroepen op de islam. Nadat Manji het voorbeeld heeft genoemd van een terroristische groep jonge Canadese moslims die zich nadrukkelijk beriep op de Badr - de legendarische veldslag die Mohammed's naam vestigde in de Arabische wereld, de ramadan is een viering van deze overwinning -, beweert Mogahed omstandig dat inderdaad de gewelddadige moslims zich wél beroepen op hun geloof (en stelt ze zelfs dat ze het tegenovergestelde nooit heeft gezegd), maar dat dit niet bewijst dat de islam zelve tot geweld aansporende elementen bevat, want slechts het gevolg is van het feit dat moslims, overal ter wereld, hun geloof nu eenmaal zo'n beetje overal bij halen.
Mogahed draait duidelijk (om de hete brei heen); ze spreekt zichzelf tegen en camoufleert dat handig.

Uit deze twee voorbeelden blijkt duidelijk, dat Mogahed een verblinde gelovige is, vóór alles een retorisch knappe apologeet van het systeem van irrationele beweringen dat haar religie uitmaakt. Schijnbaar redelijk, maar fundamenteel onredelijk. Dus iemand om zeer op je hoede voor te zijn, ook al kan ze uiteraard haar goede kanten hebben en een aantal wenselijke ontwikkelingen bevorderen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen