blogspot visitor

22 april 2014

Alleen wanneer je bent als niets, is genade mogelijk? Iris Murdoch en Jiddu Krishnamurti


Iris Murdoch in gesprek met Jiddu Krishnamurti, 18 oktober 1984. Deel 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11. "Grace" brengt Murdoch (die overigens eerder vertelt niet in God te geloven) ter sprake in deel 9 vanaf circa 5:20.

Krishnamurti gaat na een aanvankelijke aarzeling of lichte irritatie mee met Murdochs suggestie dat je de levendige staat van aandacht - misschien wel het centrale begrip bij Krishnamurti - die liefde is en waarin hij naar eigen zeggen verkeert, "genade" kunt noemen. Wel voegt hij er met nadruk aan toe: "Be in a state to recieve it". Het hele gesprek is zeer de moeite waard. Murdoch stelt - uiterst vriendelijk en beleefd op z'n Engels - bij al haar welwillende interesse precies de juiste kritische vragen[1a].
In zijn dagboek[1b] van 1973-1975 gebruikt Krishnamurti zelf meerdere malen de woorden "zegening" en "het heilige" als aanduiding van het beleven van of opgaan in wat hij verder beschrijft[1b] als "liefde", "geest", "vervulling", "schepping", "ware intelligentie", "het immense", "stilte", "kracht", "extase", "zuiverende explosie", "roerloosheid die alle beweging in zich lijkt te dragen" en zelfs als volslagen "vernietiging" - die tevens schepping is.
Zie ook:
"To be consciously anything is not to be free. If I am conscious that I am non-greedy, beyond anger, surely I am not free from greed, anger. Humility is something of which you cannot be conscious. To cultivate humility is to cultivate self-expansion negatively. Therefore any virtue that is deliberately cultivated, practised, lived, is obviously not virtue. It is a form of resistance; it is a form of self-expansion, which has its own gratification. But it is no longer virtue. Virtue is merely a freedom in which you discover the real[2]. Without [that] virtue, there can be no freedom. Virtue is not an end in itself. Now, it is not possible by deliberate, conscious effort to be as nothing, because then it is another achievement. Innocence is not the result of careful cultivation. To be as nothing is essential. As a cup is useful only when it is empty, so only when one is as nothing is it possible[3] to receive the grace of God, or Truth, or what you will."
"Wees in een staat om het te ontvangen". Met die staat bedoelt Krishnamurti dus "te zijn als niets", een zijnswijze die je niet door middel van je eigen inspanningen kunt verwerven. Ook op andere plaatsen[1b] wordt duidelijk dat voor Krishnamurti dit "zijn als niets" een volledige aandacht is - waarbij de scheiding tussen subject en object wegvalt (dit gebeuren is eveneens cruciaal in het denken van hele of halve mystici als Meister Eckhart, Martin Heidegger en Robert Pirsig). Het is geen doel dat je kunt bereiken; er is eerder een "ontvangen" dan een "bereiken" of "bewerkstelligen", laat staan een "bemachtigen".
In de boeddhistische Hartsoetra heet het een "bereiken", zij het "omdat er geen bereiken bestaat" - dus kennelijk iets dat alleen te omschrijven valt met een paradox die schijnbaar neerkomt op een logische onmogelijkheid en dus niet of nauwelijks begrijpelijk is, immers "ondenkbaar".
Logisch-positivisten en andere strikte denkers zullen stellen dat dergelijke zinnen niets betekenisvols uitdrukken.

Omdat het zelf er niet meer is, kan er echter ook geen sprake zijn van ontvangen (door het zelf) van de genade, de liefde, het zuivere, het immense, schoonheid, waarheid, goedheid of hoe je het ook wilt noemen. Krishnamurti zou wellicht instemmen met de formulering dat dan schenker en ontvanger van de liefde één zijn, in dier voege, dat er eigenlijk geen sprake meer is van die twee instanties. Je zou misschien kunnen zeggen dat de liefde paradoxaal genoeg wordt ontvangen door haar op te brengen – maar dit heeft toch nog iets van een prestatie in de tijd, wat volgens Krishnamurti niet het geval is (zelf hou ik iets dergelijks wel open als mogelijkheid, misschien zelfs als enige weg). "Onmiddellijke schenking-ontvangenis" zou een onbeholpen aanduiding kunnen zijn (jouw in-spanning[1c] als een en hetzelfde als het zich over jou uitspannen van de liefde). Met in het achterhoofd de notie van Gods "emanatie"; en de mededelingen van Marguerite Porete en Meister Eckhart[1a*] omtrent de "annihilatie" of  het tot "niets" worden van de ziel, waarbij 'er' alleen God is die werkt in zichzelf of als zodanig - onder meer als liefde -, wat toch in de hoogste mate met 'jouw' zielenheil is gemoeid, hoezeer dit voor het verstand ook onbevattelijk is.

Het blijft mij bij deze overwegingen onverminderd voorkomen dat het al dan niet geschieden van wat Krishnamurti aanduidt, in die zin "genade" is, dat het volstrekt niet het gevolg is van je wensen[4] en inspanningen; 'het' gebeurt uit zichzelf, natuurlijkerwijze of 'van God gegeven' als het ware.

Een paradox is dat Krishnamurti tegelijkertijd (ook in zijn gesprek met Murdoch) stelt dat de onontbeerlijke "aandacht" geen gemakkelijk iets is, dus kennelijk juist niet vanzelf ontstaat, niet er uit zichzelf 'zomaar' is. Wat zijns ondanks toch op een en of ander leerproces of 'discipline' wijst, die bovendien mede in gang gezet kan worden door onder andere zijn interventies in de vorm van lezingen, gesprekken et cetera. Ergens, ik meen in zijn dagboekaantekeningen, stelt Krishnamurti dat de aandacht de discipline is, maar dit lijkt me een andere vorm van de paradox.
Verder blijft voor mij schimmig of Krishnamurti "aandacht" als mogelijkheidsvoorwaarde beschouwt voor het leven in liefde en zonder fragmentatie (innerlijke en uiterlijke conflicten enzovoorts), of de realisatie van dergelijk leven. Naar het vervullen van een mogelijkheidsvoorwaarde in de zin van een noodzakelijke of zelfs voldoende voorwaarde, valt te streven; waarbij het mijns inziens gekunsteld is om dit streven - als zijnde een inspanning van het zelf - radicaal af te zonderen van het genoemde liefdevolle leven of zijn in liefde, waarheid enzovoorts. Dergelijk streven kan ik niet anders zien dan zelf al een blijk of werking of voorafschaduwing van die liefde. Wat zou betekenen dat niet elk streven een bron van problemen is en ipso facto dat het zelf niet door en door problematisch en liefdeloos is: jijzelf zou tenminste een kiem of grond van liefde in je dragen die je in staat stelt daarvoor ontvankelijk te worden. Hoezo zou je ook de sprong wagen of stap zetten naar een zijnswijze waarvan je niet tenminste in beginsel al beseft dat zij goed is? Anders zou de onmogelijke 'eis' worden gesteld de sprong te maken naar liefde, terwijl die sprong op goede gronden alleen vanuit een beginsel van liefde kan worden gemaakt.

De paradox is natuurlijk: jijzelf streeft naar onzelfzuchtigheid[5].

Indien voornoemd streven een - beginnende - manifestatie of realisatie is van de volkomen onzelfzuchtige liefde zelf, is het misschien in wezen geen prestatie "van jouzelf", terwijl er toch wel degelijk een "liefdevol streven" aan de orde en dus mogelijk is.  De liefde streeft dan als het ware zichzelf na (of beter: groeit), echter in jouw besef of "voor jou", je op weg helpend naar het "zijn als niets", dat ruimte geeft voor genade.
En in zoverre dit streven of groeien gebeurt 'in' of 'bij wijze van' jou of jouw lichaam of tenminste dit lichaam, lijkt mij deze toedracht een genadiglijk geraken van jouw wezen of deze ziel of dit lichaam in een staat van genade. Als de ongefragmenteerdheid, de heelheid-in-liefdevolle-aandacht namelijk "volstrekt" of  "alomvattend" zou zijn - wat wordt voorondersteld als men zou opperen dat ook het onderscheid wegvalt tussen jouw wezen en de wereld, dus als "alles een" zou zijn - dan lijkt het innerlijk tegenstrijdig om, wat Krishnamurti met grote passie zijn hele leven bleef doen, te stellen dat de mensheid nog steeds tragisch is versplinterd en barst van de liefdeloze begeerten en gewelddadige conflicten; immers 'jij' bent dan de mensheid - toch zegt Krishnamurti dit laatste herhaaldelijk precies zo.

Op de achtergrond speelt de vraag: hetzij het individuele zelf of "eigen wezen" of "de ziel", afgezien van de kwestie van eventuele onvergankelijkheid en "eeuwigheid", is iets eigens in de zin van iets autonooms, ook als hij of zij, zoals volgens Porete en Eckhart, is geschapen door God en toch in een daad van overgave uit vrije wil (als) "niets" kan of moet worden om God te ondergaan als liefde; hetzij dit wezen is slechts een sowieso tijdgebonden, uit niets dan "reacties" (causale[6] stimulus/respons-ketens) bestaande haard van innerlijke en uiterlijke conflicten, illusies, begeerten en andere problemen (zoals volgens veel Oosterse mystici, zo ook Krishnamurti).
Persoonlijk neig ik naar de eerste mogelijkheid. Maar tegelijk vermoed ik dat "genade" als "liefde" en "vervulling" een dermate onzelfzuchtige[7] aandacht en openheid veronderstelt, dat - zoals bijvoorbeeld Porete en Eckhart aangeven op een manier waaraan de mededelingen van Krishnamurti toch sterk doen denken - je dan als niets bent, wat iets anders is dan dat je niets bent.

Deze blog is in de loop der tijd aangevuld en gecorrigeerd.

Noten

[1a] De benadering van Murdoch krijgt meer reliëf als je kennis hebt genomen van haar essays over het goede, zoals in Over God en het goede (Boom, vertaling Marije Altorf en Mariëtte Willemsen, 2003, 176 pagina's - een aanrader!). Op pagina 163 schrijft Murdoch:
"Omdat de nederige mens zichzelf als niets beschouwt, kan hij andere dingen zien zoals ze zijn[*]. Hij ziet de doelloosheid van de deugd en de unieke waarde ervan en hij ziet hoe eindeloos ver haar eisen strekken. Simone Weil vertelt ons dat als de ziel voor God staat, het zelfzuchtige deel ervan niet tot lijden, maar tot de dood wordt veroordeeld. De nederige mens ziet de afstand tussen lijden en dood. En al is deze mens niet per definitie de goede mens, het is het meest waarschijnlijk dat juist zo iemand goed kan worden."
Zijdelings - omdat in een dergelijk verband door Meister Eckhart en anderen wel wordt gezegd dat de mens die niets is, alles heeft of is - schiet me hierbij het essay Everything and Nothing van Jorge Louis Borges te binnen[**]. En het is oppassen dat genoemde zienswijze à la Eckhart juist geen ultieme hybris met zich meebrengt.
[*] Denk natuurlijk aan: "Zalig zijn de armen van geest, want het koninkrijk is het hunne" (Mattheus 5:3). Wat volgens Meister Eckhart betekent dat zo'n mens "niets wil en niets weet en niets heeft", hetgeen - dixit Eckhart - andere leermeesters zien als: "zo leeg van alle dingen en alle werken [...] zowel innerlijk als uiterlijk, dat hij een eigen plaats voor God zou kunnen zijn waarin God zou kunnen werken". Maar Eckhart stelt dat het zijn van een plaats voor God nog niet leeg en "arm" genoeg is:
"want in Zijn werken is het niet Gods bedoeling dat de mens een plaats in zich heeft waarin Hij zou kunnen werken; want armoede van geest betekent dat hij zo leeg is van God en al Zijn werken, dat God, wil Hij in de ziel werken, zelf de plaats is waarin Hij werken wil - en dat doet hij graag. Want vindt God zo een mens arm, dan werkt God zijn eigen werk, en die mens ondergaat God in zich[#], en God is een eigen plaats van Zijn werken doordat Hij in zichzelf werkende is. En hier, in die armoede verwerft de mens het eeuwige zijn dat hij geweest is en dat hij nu is en dat hij altijd zal blijven zijn" (Over god wil ik zwijgen; preken & traktaten, vertaling C.O. Jellema).
En vergelijk in de noot hieronder[2] Martin Heidegger over de openheid of open plek (Gelichte) waar vrijheid "zich beheert" als een "bereik van de lotsbestemming", wat "telkens een onthulling met zich meebrengt"; en denk aan zijn centrale begrippen "hoeden" en "zorgen", waarmee bijna per definitie nederigheid gemoeid lijkt. Iris Murdoch schrijft in een essay echter over Heidegger dat ze er nooit zeker van is of ze hem goed heeft begrepen en oppert half gekscherend dat hij Lucifer zelve is.
[#] Kennelijk kan volgens Eckhart, hoewel zo een mens geen "plaats in zich heeft waarin God zou kunnen werken", hij of zij toch God "in zich" ondergaan. Een paradox dus. Misschien oplosbaar in zoverre er bij het aldus werken van God geen sprake is van het eerst doelbewust en daardoor wellicht toch nog zelfzuchtig of egocentrisch scheppen van een plaats, met als (eigengereid) doel dat God daar vervolgens in "zou" kunnen werken; Eckhart omschrijft mogelijk een zijnswijze zonder zelf(bewustzijn) dat een "plaats" in of voor zich zou kunnen beseffen.
[**] Over Shakespeare: "There was no one in him; [...] Nobody was ever as many men as that man, who like the Egyptian Proteus managed to exhaust all the possible shapes of being."
[1b] Een goede samenvatting van wat Krishnamurti te zeggen heeft is Laat het verleden los (Mirananda, 1986, 123 pagina's) en bieden de genoemde dagboekaantekeningen, in het Nederlands gepubliceerd als Krishnamurti over Krishnamurti (Synthese, vertaling Hans van der Kroft, Thecla de Waal en Anneke Korndörffer, 288 pagina's).
Ik ben overigens geen adept van Krishnamurti, maar zie hem als een boeiende figuur, een soort mysticus van goede wil, wiens mededelingen intrigerend en belangwekkend zijn ondanks de vele paradoxen of zelfs regelrechte inconsistenties.
Volgens mijn Van Dale is "zegen" een "heilig woord dat overbrenging van weldadige kracht bewerkt" en komt het van "signum" (Latijns voor "teken" of "wonderteken"); de verdere etymologie van "sein" is onzeker: het kan teruggaan op secāre, 'snijden', zodat het oorspronkelijk een markering door inkeping zou zijn; of op sequī, 'volgen' (denk aan "seconde") - het zou dan letterlijk zijn: 'wat men volgt'.
"Genade" betekent in bovenstaand verband, aldus mijn Van Dale: "de bovennatuurlijke hulp die God de mens ter wille van Christus gratis verleent om zijn eeuwige bestemming te bereiken". Etymologisch is het afgeleid van woorden voor "gunst", "vergiffenis" en "rust" en voor "helpen, ondersteunen"; men neemt aan dat de oorspronkelijke betekenis van het Germaanse woord "rust" is. Dit past goed bij "stilte" à la Krishnamurti. De overlap in betekenis met "zegen" is evident: in beide gevallen wordt in (of 'uit') de sfeer van het heilige - het hele, volmaakte, onaantastbare, gewijde - iets weldadigs overgebracht (wat een wezenlijke karakeristiek is van liefde).

De notie van schepping die tevens vernietiging is, is minder absurd dan het misschien lijkt; denk aan de overtuiging van Leibniz dat God elk moment de wereld schept, wat een 'vernietiging' van de voorgaande concrete manifestaties lijkt te impliceren. Krishnamurti schrijft in zijn dagboek: "Er is alleen vernietiging, geen verandering". Een dergelijk idee is vrij gewoon in de Indiase filosofie, al dan niet verdedigd op een manier die aan de paradox van Zeno doet denken ('iets kan niet tegelijk iets of ergens zijn, en veranderen of in beweging zijn' - de 'weerlegging' van deze zienswijze bestaat precies in de bedaarde opmerking dat de ervaring nu juist leert dat iets in beweging zijn kan).

[1b-bis] Toegevoegd 23 april: Zonet heb ik wat dagboekaantekeningen van Krishnamurti herlezen en het valt me (weer) op hoe hij zichzelf onbekommerd tegenspreekt. Klein voorbeeld: "Het volkomene ligt nooit op het vlak van het brein of het denken"; versus een dag later: "Het trillen van de hersenen was voelbaar, immens levend [...]" [cursivering door mij]; en: "Kan het brein ooit rustig zijn? Dat kan, als het - in hoge mate gevoelig, vrij van vervormende krachten - negatief gewaar is." Tja, dus zoiets als 'het volkomene kan op het vlak van het brein liggen, mits het het brein het tegenovergestelde ("negatief gewaar zijn") doet van wat het altijd deed - dus in feite geen brein meer is'. "Het brein moet sterven om dit leven te doen zijn", schrijft Krishnamurti dan ook op weer een andere dag.
Ook beweert Krishnamurti enerzijds: "iedere gedachtewending moet begrepen worden" [cursivering door mij]; en anderzijds "dit doorzien vindt niet plaats in ruimte-tijd, maar direct"; alsook: "het is psychologisch absurd om alle wortels [Krishnamurti verstaat daar reactieve gedachten onder] één voor één af te snijden. Het is ondoenlijk". Hoe je iets kunt begrijpen zonder te denken, dus onvermijdelijk "ergens" en "op enig tijdstip" (i.e. in "ruimte-tijd") is mij een raadsel. Idem hoe "iedere gedachtewending begrijpen" kennelijk iets heel anders kan zijn dan "alle reactieve gedachten één voor één afsnijden".
In een dagboeknotitie lezen we: "Dit tijdloos uitdijen dat plaatsvond en de aard van intensiteit verschillen volkomen van hartstocht en gevoel". In Laat het verleden los staat echter: "We hebben een geweldige hoeveelheid energie nodig om de verwarring waarin we leven te begrijpen en het gevoel 'Ik moet het begrijpen' brengt de vitaliteit voort om er achter te komen. [...] U bent echter niet intens, noch spoedeisend en dat komt omdat u geen energie hebt, de energie die hartstocht is, en u kunt zonder hartstocht - hartstocht, gedreven door fusie, hartstocht, zonder verholen verlangen, geen enkele waarheid vinden. Hartstocht is een tamelijk vreesaanjagend iets, omdat u niet weet waarheen die u zal voeren. [...]  Alleen door volledige ontkenning, wat de hoogste vorm van hartstocht is, komt dat wat het positieve is tot leven"; en: "Het schijnt mij dat er één ding absoluut noodzakelijk is, en dat is hartstocht zonder motief - hartstocht, die niet het resultaat is van enige gebondenheid of gehechtheid, hartstocht, die geen wellust is. Wie deze hartstocht niet kent, zal nooit weten wat liefde is, omdat liefde slechts tot aanzijn kan komen als er totale zelf-overgave is" [cursivering door mij].

Krishnamurti's taalgebruik is soms onbeholpen figuurlijk of zelfs inconsequent en warrig.

[1c] Toegevoegd april 2016: in-spanning niet in de normale betekenis van "inspanning" als moeite doen, maar meer als letterlijk in-gespannen worden, als een paard door een liefdevolle ruiter.

[2] Vergelijk Martin Heidegger in een essay over de techniek (waartoe Krishnamurti ook het denken, althans het normale denken rekent):
"Das Wesen der Freiheit ist ursprünglich nicht dem Willen oder gar nur der Kausalität des menschlichen Wollens zugeordnet. Die Freiheit verwaltet das Freie im Sinne des Gelichteten, d.h. des Entborgenen."
Poging tot vertaling: 'Vrijheid is in wezen niet verbonden met de wil of ook maar met de causaliteit van het menselijke willen. Vrijheid beheert het vrije in het heldere en verlichte ("gelichte"), i.e. van het onthulde ("ontborgene").'
Zie ook dit essay over Heideggers denken:
'Als Lichtung wird üblicherweise eine "von Bäumen freie Stelle im Wald" angedeutet (siehe z.B. http://www.duden.de/rechtschreibung/Lichtung). Heidegger bezeichnet das "Entborgene" als das "Gelichtete" und die Freiheit als den "Bereich des Geschicks, das jeweils eine Entbergung auf ihren Weg bringt". Er spricht von der "Freiheit des Freien", die "weder in der Ungebundenheit der Willkür, noch in der Bindung durch bloße Gesetze [besteht]. Die Freiheit ist das lichtend Verbergende, in dessen Lichtung jener Schleier weht, der das Wesende aller Wahrheit verhüllt und den Schleier als den verhüllenden erscheinen läßt"
Vergelijk Iris Murdoch over de nederige mens in de noot hierboven[1a]).

Helaas ontkom je er bij Heidegger niet aan rekening te houden met de mogelijkheid dat hij een tijd lang Hitler als een belichaming of 'medium' van de door hem bedoelde vrijheid heeft beschouwd. Zowel in de Westerse (bijvoorbeeld Heraclitus en Hegel) als Oosterse (veel zenmeesters tijdens de Tweede Wereldoorlog) filosofie of filosofische mystiek is men gezwicht voor de verleiding het kwaad - bijvoorbeeld in de vorm van oorlog - te 'vergoelijken', te 'verschonen' of op het hoogste plan als 'noch goed, noch kwaad' te beschouwen (evenals het goede).

Hoewel Krishnamurti's boodschap door en door geweldloos is, zet ik vraagtekens bij zijn aanduidingen[^] "zuiverende explosie" en volkomen "vernietiging", al dienen die uiteraard te worden verstaan in onmiddellijke eenheid met "stilte", "harmonie", "schepping", "liefde" en dergelijke; met andere woorden: het "immense" waarover hij spreekt, lijkt trekken te vertonen van het "sublieme", of zelfs het "numineuze" (Rudolf Otto) of "mysterium tremendum et fascinans", dat in de ogen van sommigen ook huiveringwekkende gewelddadigheid in zich bergt.
[^] Krishamurti: "Het is deze vernietiging die schepping is. Schepping betekent geen vrede. Vrede en conflicten maken deel uit van de wereld van veranderingen en tijd, van de uiterlijke en innerlijke beweging van het bestaan; dit stond buiten tijd of welk ruimtelijk proces dan ook. Het is zuivere en absolute vernietiging en alleen dan kan het 'nieuwe' ontstaan."
 [3] Dat het dan mogelijk is de genade van God, of Waarheid, te ontvangen, wil dus klaarblijkelijk zeggen dat dit ontvangen geen noodzakelijk gevolg is (van het "te zijn als niets" dus). Dat is inderdaad het kenmerk van "genade": niet door je eigen keuzen, inspanningen, intenties of handelingen met zekerheid te verkrijgen.
Nu betogen mystici als Porete en Eckhart (zie noot[*] hierboven), dat het echter wel in de aard van God (of zeg Liefde of Waarheid) ligt, om zichzelf te schenken aan wie 'is als niets': de liefde kan zich, juist omdat ze liefdevol is, eenvoudig onmogelijk onthouden aan wie 'is als niets'. Maar zelfs gesteld dat Krishnamurti dit ook zo ziet, dan blijft van zijn punt over dat het in elk geval niet zo werkt, dat je door je eigen inspanningen enzovoorts in die staat van "zijn als niets" kunt geraken (waarna de genade van God, Waarheid en/of Liefde zich mogelijk met zekerheid voordoet). En dat wil zeggen dat er ook dan een gebeuren van genade wordt verondersteld, namelijk dat waar "jij" was dit "zijn als niets" zogezegd gestalte aanneemt of hoe je het ook wilt formuleren.

[4] Misschien kan je een onderscheid maken tussen "wensen" ("begeerten") en "verlangen". Of Krishnamurti daarmee akkoord zou zijn, betwijfel ik (daarvoor zou ik een en ander moeten herlezen. (Later toegevoegd: zie noot hierboven[1b-bis] over "hartstocht" en "zelf-overgave".) Maar zeker bij Meister Eckhart is (juist) niks mis met het verlangen naar God, het kan het begin van genade inluiden: 

"'God met u' - daar gebeurt de geboorte. Niemand mag menen dat het onmogelijk is om zover te komen. Hoe moeilijk het ook is, wat hindert dat, daar Hij het bewerkstelligt? [sic; K] Het valt me licht om al Zijn geboden te onderhouden. Wat Hij mij ook wil opdragen, ik til er niet aan, het is alles een kleinigheid voor me, mits Hij me daarbij Zijn genade schenkt. Veel mensen zeggen dat ze dat niet kennen; dan zeg ik: 'Dat doet me verdriet'. Maar verlang je ernaar?'- 'Nee!' 'Dat doet me nog meer verdriet.' Als je het niet kent, zou je er toch naar moeten verlangen. Kun je dat verlangen niet hebben, verlang dan tenminste naar dat verlangen. David zegt: 'Ik heb verlangd, Heer, naar een verlangen naar Uw gerechtigheid. Dat wij zo naar God verlangen, dat Hij in ons geboren wil worden, daartoe helpe ons God. Amen."
(Over god wil ik zwijgen; preken & traktaten, vertaling C.O. Jellema; 'god' zonder hoofdletter gebruikt Jellema waar Eckhart doelt op de "godheid" die zich - anders dan God - aan elk van onze voorstellingen en aan al ons begrip onttrekt.)

[5] Misschien is dit alleen een schijnbare innerlijke tegenspraak: denk aan de argumenten van David Hume tegen de stelling dat psychologisch alleen egoïsme mogelijk is. Ook ik acht het (zie de hoofdtekst) te simpel - of het gevolg van een al dan niet opzettelijk verkeerde definitie van het zelf - om elke daad of ieder streven van het zelf problematisch of anderszins 'slecht' te achten. Zie ook noot [7] hieronder.

[6] In de uiteenzetting Het handwerk van de vrijheid; over de ontdekking van de eigen wil (Carl Hanser Verlag 2001, Wereldbibliotheek 2006, vertaling Hans van Zetten, 415 pagina's) tracht de filosoof en schrijver Peter Bieri plausibel te maken dat een door sluitende causale samenhangen gekenmerkte werkelijkheid juist verenigbaar is met, zelfs een mogelijkheidsvoorwaarde vormt voor, een waarlijk vrije wil. Ik betwijfel of hij daarin is geslaagd.


[7] Toegevoegd oktober 2014: Een andere benadering is die van Theo van Velthoven (bundel De intersubjectiviteit van het zijn, 1988). Als (mens)zijn door en door intersubjectief is, valt de tegenstelling tussen eigenliefde en liefde voor de ander weg (vergelijk wellicht Jezus' "Heb uw naaste lief als uzelf"). Zie ook noot [5] hierboven. Dit valt enigszins toe te trekken naar het Oosterse tat tvam asi ("Gij zijt dat") of "alles is een", maar toch in essentie niet, omdat in het laatste geval althans in het boeddhisme geen sprake is van "zelven", dus evenmin van een verhouding van die "zelven" of zo je wilt "zielen" tot het goede, het kwade, het zijn en God. Het begrip "intersubjectiviteit" probeert de paradoxale 'eenheid in verscheidenheid' van de individuele wezens te vatten en "intersubjectiviteit van het zijn" impliceert tevens een relatie tot het zijn of tot God.

Zie ook m'n blognotities:
De mystieke giechel - over Meister Eckhart
Overéénkomst
Leegte, 'er zijn', speelruimte en (on)vergankelijkheid
Het zijn en het niets, vorm en leegte
Over het masker
Gerard Reve en Maria als "Smekende Almacht"
De mens als magische eenheid van nabootsing en autonomie
Theologische speculaties

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen