blogspot visitor

12 september 2012

Voorman opstand Syrië: joden willen ons bloed voor matses



Was me ontgaan tot nu toe: alweer een blijk van de populariteit onder moslims in het Midden-Oosten van het rabiaat antisemitische fabeltje - bekend als de blood libel - dat joden bloed (van niet-joden) door hun matses mengen. Ditmaal geeft een voorman van de Syrische opstand, Osama Al-Mallouhi, dit verhaal ten beste, op de Egyptische televisie (26 maart dit jaar).

Toevoeging 9-2102: voordat christenen té hard oordelen over de eindeloze overlevering door moslims van dit boosaardige sprookje, moeten zij - naast de deels verklarende omstandigheid van de weinig zachtzinnige handhaving van de bezetting van de Westelijke Jordaanoever door Israël - bedenken dat hun eigen religie de meest pregnante vertelling van deze vorm van Jodenhaat in het leven heeft geroepen. Namelijk door het Joodse pesach-ritueel te kapen, waarbij in de plaats van het lam dat - zo herdenken de Joden - tijdens de Exodus door elke familie als offer moest worden geslacht om de eerstgeborenen dodende worgengel aan haar deur voorbij te laten gaan, Jezus, de 'Zoon van God' zelve, een bloederige dood moest sterven door toedoen van de Joden. Als 'Lam Gods' offerde hij zich op, zo luidt de boodschap, niet om de eerstgeborenen van een bepaald volk te redden, maar om de hele mensheid de kans te geven zich te vrijwaren van de verdoemenis als gevolg van haar zonden. Weliswaar werd Christus na zijn dood aan het kruis volgens deze legende niet door de Joden verorberd (dat doen curieus genoeg de christenen, in een speciaal ritueel tijdens hun eredienst, de 'heilige communie', alsof hun verlosser een totemdier[*] is), maar het grondmotief van de latere blood libel is hiermee onmiskenbaar in de menselijke geschiedenis geïntroduceerd. Peter Sloterdijk schroomt niet (in zijn verhandeling Gottes Eifer) deze manoeuvre een 'weerzinwekkende herinterpretatie' te noemen. Naar mijn gevoel doet hij het bewonderenswaardige aspect van het Christusdrama daarmee te kort: het nobele en geweldloze tonen van de moed zich door geen enkele bestraffing van de meest dierbare overtuigingen te laten afbrengen[**]. Maar wat betreft de venijnige misvorming van de Joodse pesach en het pontificale aanwijzen van de Joden - Judas de verrader, de schreeuwende meute die Pilatus tegen zijn zin bewoog hem te kruisigen - als de eigenlijke veroorzakers van het lijden en sterven van 'de Here', terwijl natuurlijk geen ander dan de Romeinse machthebber daarvoor verantwoordelijk was, legt Sloterdijk de vinger op een historisch gevoelige plek. Je zou het zo kunnen samenvatten, dat de christenen voor hun matses - de hostie - de Joden hebben gebrandmerkt als de verachtelijke producenten van het volgens het recept onmisbare mensenbloed.

Noten

[*]  Zie bijvoorbeeld hier: 'Freud [...] [suggested] concerning the ban on eating the totem animal among primitive tribes, [that] this [...] was a memorial to the primeval sin of killing and eating the father. The totem animal came to represent the father, and so could not be killed and eaten, except once a year when it was killed and eaten ceremoniously.'
Men leze 'tijdens de heilige mis' voor 'once a year ceremoniously' om te zien waar ik op zinspeel. Maar ik weet van deze materie heel weinig, dus mogelijk is mijn associatie onzinnig. Een duidelijke complicatie is sowieso dat de christenen volgens hun overlevering niet degenen zijn die 'de Vader' hebben gedood - de boosdoeners terzake zijn nu juist de Joden. Maar de facto waren het de machthebbers uit Rome, de latere zetel van het christendom... Bovendien beschouwen de christenen zichzelf zowel historisch als in wezen als bekeerde, of door de doop verschoonde, ongelovige zondaren.
Iets later toegevoegd: toen ik bovenstaande, een uurtje terug, schreef, was ik me er niet van bewust dat Freud zelf dit speculatieve verband expliciet legt. Wikipedia: 'In An Autobiographical Study Freud elaborated on the core idea of Totem and Taboo: 'This view of religion throws a particularly clear light upon the psychological basis of Christianity, in which, it may be added, the ceremony of the totem-feast still survives with but little distortion in the form of Communion.' Maar het kan natuurlijk zijn dat ik dit ooit heb meegekregen en later de bron ben vergeten.
Men kan als volgt verder speculeren over de schending van het verbod van de Vader op het eten van de Boom der Kennis van Goed en Kwaad. In zoverre die 'Boom der Ultieme Kennis' kan worden gelijkgesteld aan de Vader zelf, betreft de 'oerzonde' een variant van opstand tegen de vader tot en met het eten van zijn lichaam. De Vader werd daarbij niet gedood, maar liet later in de heilsgeschiedenis zichzelf als het ware alsnog vermoorden om de mens te verlossen van het kwaad van het oorspronkelijke nuttigen van de verboden vrucht van het Lichaam van zijn Kennis. In die zin laat de Vader in het christendom zelf het karwei van de primaire zonde afmaken, en wel precies om de christenen van de gevolgen van die zonde te verlossen - een op zijn zachtst gezegd vreemde gang van zaken. Des te meer omdat de consumptie van het 'lichaam en bloed' van christus bij de communie voor de gelovigen juist een cruciaal hulpmiddel is om niet (nog meer) te zondigen. Het heeft iets van een alcoholist die geregeld nog een slokje neemt om van de drank af te blijven; of van een homeopathische bestrijding van de ziekte 'zondigheid'.|

Later toegevoegd: vergelijk in sommige opzichten het essay 'Die Reise des Henkers' van Dietmar Hecht, in het bijzonder de paragraaf 'Sakrale Aporie' en 'Heiliger Henker'. Hecht wijst op de essentiële maar verketterde rol van Judas (dus 'de Jood'), de vervloekte beulsknecht in het christusdrama en onderzoekt wat dit betekent en hoe een en ander kan worden herzien. Op wankele gronden, met name via een slechts deels plausibele lezing van één schilderij van Hans Holbein, oordeelt Hecht dat het (type) slachtofferschap van Jezus impliceert, zelfs vooronderstelt dat hij een 'gecastreerde' man is, waarbij Hecht zelfs een overeenkomst ziet met de de figuur van Hitler zoals voorgesteld in een roman van Jean Genet. Zijn visie dat het christelijke godsbegrip (afgezien van de secundaire rol van Maria) door het ontbreken van het vrouwelijke verwrongen en gevaarlijk is (in een vroege blognotitie noem ik het 'necrofiel') deel ik; maar helaas culmineert Hechts gedachtenstroom in door diverse auteurs uit de kabbala afgeleide stellingen als 'The messianic moment is marked not by the sacred union of a man and a women, but rather by the reintegration of the feminine to the masculine', 'Locus of the feminine is the phallus' en 'Androgynous phallus and the eclipse of the feminine' - die sterk doen denken aan dergelijke betreurenswaardige noties in het tantrische boeddhisme, wat uitvoerig is aangetoond en bekritiseerd door Victor en Victoria Trimondi. Instemmend schrijft Hecht: 'Bereits im provencalischen Buch Bahir, der frühesten als dezidiert kabbalistisch anzusprechenden Schrift aus dem 12. Jahrhundert, ist ein derart androgyner Phallus, in dem das Weibliche integriert verschwindet, als Ziel des kabbalistischen Opus präsent.' Bah[#].

Terzijde: In Dante's Inferno ondergaat Judas van alle verdoemden de allegruwelijkste straf: hij wordt door de duivel zelve onafgebroken levend verslonden - dat wil zeggen telkens weer nadat hij is 'verrezen' na de vorige verorbering: de verrader moet kennelijk oneindig maal foltering, dood en wederopstanding doormaken, zoals eenmaal zijn slachtoffer - maar nu volstrekt zinloos en uitsluitend afgrijselijk.
Verder is mogelijk belangwekkend het onderzoeksproject 'Religion, Violence, Communication and World Order' van Roman Siebenrock (theoloog aan de universiteit van Innsbruck die inzichten ontleent aan René Girard). [einde toevoeging]

 [#] Update: Hecht was nauw betrokken bij een project op de school waar hij les gaf, over het conflict tussen Israël en Palestina, getiteld 'Israels Muskeljuden'. Een bericht van hem op een forum vertoont trekken van abnormale aversie van het Israëlische leger onder het bekende mom van anti-zionisme. Zo vergelijkt Hecht Israëlische soldaten met 'Wereldruimapen' (een term die hij ontleent aan het boek Fight Club). Ook suggereert hij dat Israël lijkt op het Duitsland onder de nazi's. Hoewel ook ik de bezettingspolitiek en diverse militaire acties van Israël verafschuw, acht ik dergelijke oprispingen van Hecht een blijk van crypto-antisemitisme, temeer omdat hij als belezen persoon moet weten dat het vergelijken van Joden met apen vaak gebeurt door Joden hatende moslims.
[**] Toegevoegd 9-2012: en op de eerste plaats is er de zeldzaam sympathieke verschijningsvorm van de Schepper die bereid is de ergste pijn die zijn schepping heeft mogelijk gemaakt ook zelf te dragen, met als hoogst bemoedigende uitkomst annex boodschap: wanhoop niet, uiteindelijk bewaar ik je liefdevol en koester ik je in een prachtige omgeving, mits je op mij blijft vertrouwen.
Simon Vestdijk stelt de kwestie van het niet vervloeken van de Schepper - nauwkeuriger: van het bestaan dat hij in gang heeft gezet - wegens het lijden dat het leven met zich meebrengt, op een Jeroen Bosch-achtig beeldende en ronduit ontroerende wijze aan de orde in zijn vrij kort na WOII gepubliceerde De kellner en de levenden (1949).
Men denke ook aan De mythe van Sisyphus (1942) van Albert Camus: de mogelijkheid van de zelfmoord als grondprobleem van de filosofie; behoort men, of kiest men er althans voor, het bestaan met al zijn verschrikkingen en wanstaltigheden te aanvaarden, of niet?
En aan de kwatrijnen 'Eenheid' en 'Eenheid Gods' van de joodse schrijver Jacob Israël de Haan, met onder meer de verzen:
'Alles is God in God alleen. / Al vale schuld en al het lijden, / Alle vreugd en geween.' En: 'God draagt alles, ook zeerste zonden.'


Zie ook m'n blognotities:
De Jodenhaat van de invloedrijke Salman al-Awdah
Fanatieke antisemiet Salah Soltan sprak op congres Nederlandse moslimbroeders
Mohammed Morsi, moslimbroeder en demagoog

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen